Checklist chauffeurswerkplek

Het taxivak is vaak zwaarder dan je in eerste instantie denkt. De aard van de werkzaamheden kan zorgen voor fysieke overbelasting, zeker bij een mindere lichamelijke conditie. Om dat zoveel mogelijk te voorkomen of ten minste de ernst te  beperken, is een consequent juiste zit- en werkhouding van essentieel belang. Naast de verstrekking van voldoende en juiste (hulp)middelen door de werkgever dienen deze door de chauffeur ook goed gebruikt te worden. In deze nieuwsbrief wordt achtereenvolgens info gedeeld over het instellen van je werkplek, zittips, in- en uitstappen, tillen en hoe om te gaan met rolstoelen.

HOE STEL IK MIJN STOEL IN? 

  1. Afstand tot pedalen en stuur
    Ga zoveel mogelijk achter in de stoel zitten en schuif de stoel zo ver naar voren dat je de pedalen goed kunt intrappen terwijl je bovenbenen op hun plek blijven. Stand (hoek) van de voet moet prettig aanvoelen. Je handen moeten het stuur goed kunnen vastpakken, zonder dat je daarbij je schouders moet heffen of je ellebogen helemaal moet strekken. Ook moet je rug helemaal tegen  de rugleuning blijven steunen. Als dat mogelijk is, kun je experimenteren met de instelling van je stuur om je zithouding te verbeteren.
  1. Hoogte van de stoel
    Stel de stoel zo hoog in, dat je bovenbenen helemaal op de zitting rusten. (hoek boven-/onderbenen: 90 tot 120 graden). Controleer wel of het zicht vlak voor de taxi zodanig is dat minstens vanaf 4 m voor de bumper de grond kan worden gezien in verband met langslopende kinderen in de dode hoek vlak voor/naast het voertuig (m.n. taxibus).
  1. Rugleuning/lendensteun
    Kantel de rugleuning tussen de 90 en 115 graden, maar ga nooit ‘liggen’ achter het stuur! Lendensteun, indien verstelbaar: ‘net voelen’ is precies goed.
  1. Knieholte
    Je bovenbenen moeten optimaal ondersteund zijn, maar het bloed moet wel goed kunnen stromen. Zorg ervoor dat er drie tot vier vingers passen tussen je knieholte en de voorkant van de zitting.
  1. Onderrug
    Stel de steun voor je onderrug (de ‘lendesteun’) zo in, dat de natuurlijk kromming van je rug behouden blijft.
  1. Hoofdsteun
    De afstand tussen je hoofd en de hoofdsteun mag niet groter zijn dan vier centimeter.

HOE STEL IK MIJN STUUR EN SPIEGELS IN? 

  1. Stuur
    Controleer dat stoel en stuur zodanig zijn ingesteld dat bij gestrekte armen de polsen boven op het stuur liggen. Tijdens het rijden is het advies de handen op ‘kwart voor drie’ te houden vanwege de stuurairbag. Wie zijn handen helemaal links en rechts van het stuurwiel houdt loopt geen risico dat een krachtig uitklappende airbag zijn handen raakt. Om dezelfde reden is het advies om je duimen niet meer om het stuur te vouwen, maar ze meer op de rand te leggen.
  1. Spiegels
    De spiegels stel je altijd af ná de zithouding en vóórdat je gaat rijden. Instellen doe je op een vlakke ondergrond. 

Buitenspiegels

  • Stel je spiegels in terwijl je in je vaste rijhouding achter het stuur zit;
  • Zorg dat je in de buitenspiegels de zijkant van je auto (net) niet meer ziet;
  • Zorg dat de horizon zich op driekwart hoogte in je spiegels bevind.

Binnenspiegel  

  • Stel je spiegel in terwijl je in je vaste rijhouding achter het stuur zit;
  • Zorg dat de linkerkant van de binnenspiegel gelijk is met de linkerkant van het achterraam;
  • Zorg dat de onderkant van de binnenspiegel samenvalt met de onderzijde van de achterruit.

ZitTips  

Als chauffeur zit je veel. Zitten is niet verkeerd, maar je moet het ook weer niet te veel of te lang doen. Wissel zitten dus zoveel mogelijk af met staan en lopen, al is het maar even. Daardoor komt de doorbloeding weer op gang. Je laat je lichaam, dat een tijdje knel heeft gezeten in de stoel, als het ware weer even ademen.

  • Stel altijd voor vertrek je stoel goed in conform de aanwijzingen van deze checklist.
  • Haal spullen zoals een portemonnee uit je achterzak. Met zo’n dikke portemonnee zit je nooit recht.
  • Zorg dat je de route goed kent, dan duren de ritten niet onnodig lang.
  • Ontspan tijdens het rijden. Knijp niet te hard in het stuur en leun rustig achterover tegen de leuning.
  • Verander de instelling van je stoel af en toe iets. Als je blijft proberen, vind je vanzelf de instelling die het beste bij jouw lichaam past.
  • Pas op met het rijden met open raam. Door de tocht kan het in je nek schieten.
  • Stap na een rit uit de auto; de doorbloeding komt dan weer op gang en je lichaam kan zich herstellen.
  • Regelmatig bewegen en een goede lichaamsconditie kunnen fysieke klachten vaak voorkomen.

HOE STAP IK IN EN UIT? 

Bij het in en uit de auto stappen, kun je je rug op een verkeerde manier belasten. Chauffeurs die al last hebben, weten daar alles
van; die doen het automatisch op de goede manier. Bij het instappen, draai je eerst je achterwerk in de auto; je zit dan zijwaarts op de stoel. Daarna trek je één voor één je benen in  de auto. Bij het uitstappen doe je dat precies omgekeerd. Bij een wat hoger busje hoef je het niet zo te doen, daar ‘klim’  je vanzelf op een gezonde manier in en uit.

HOE GA IK OM MET BAGAGE? 

Onderzoek in de taxibranche wijst uit dat er sprake is van overbelasting als je een stuk bagage van meer dan 15 kilo in of uit de auto tilt. Dat lijkt niet zo veel, maar doordat je de bagage ver van je lichaam af tilt  (de kofferbak in), loopt de belasting voor je rug al heel snel op. Wanneer de bagage meer dan 15 kilo weegt, kun je  bijvoorbeeld vragen of de klant zelf de bagage in de kofferbak wil tillen. Of je doet het even samen. Maar sommige  klanten zullen dit niet doen. Blijf altijd klantvriendelijk en wijs je klanten op de kofferbaksticker, indien aanwezig. Het gewicht is één, maar de manier waarop je tilt, is  ook belangrijk.

  • Til niet te zwaar.
  • Voel altijd eerst even voorzichtig hoe zwaar de koffer ongeveer is.
  • Voel altijd eerst even voorzichtig of er geen schuivende inhoud of ongelijke verdeling van gewicht is in de koffer.
  • Til zo veel mogelijk met twee handen.
  • Als je vanaf de vloer tilt, til dan tussen je benen omhoog (als de koffer niet te groot is).
  • Til nooit explosief. Bouw de kracht in drie tellen langzaam op.
  • Houd de koffer zo dicht mogelijk bij je lichaam.
  • Til zo min mogelijk met een gebogen en gedraaide rug.
  • Geef de koffer een knietje tijdens het tillen.
  • Steun af met de hand die je niet gebruikt.

Klanten helpen
Ook wanneer je een klant helpt die moeilijk ter been is, kan het zomaar in je rug schieten. Het is belangrijk dat je de klant  wel steun biedt, maar niet gaat trekken of tillen. Wanneer je namelijk te veel helpt, gaat de klant op jou hangen en doet zelf niets meer. Er zijn hulpmiddelen die het (helpen) in- en uitstappen makkelijker maken. Denk bijvoorbeeld aan een draaikussen of een extra handgreep in de auto.

HOE GA IK OM MET ROLSTOELEN? 

Het rijden met klanten in een rolstoel is één van de belangrijkste bronnen van rugklachten voor chauffeurs. Er is sprake van fysieke overbelasting wanneer je geen lift gebruikt bij het in en uit de taxibus rijden van een klant in een rolstoel, tenzij je dit slechts incidenteel doet. Probeer bij het vastzetten en weer loshalen van rolstoelen altijd door je knieën te zakken en werk zo min mogelijk met een gedraaide romp. Maak bijvoorbeeld gebruik van een knielkussen om comfortabel op de grond te kunnen knielen. Zorg voor voldoende ruimte rond de rolstoel om goed te kunnen knielen en probeer zo veel mogelijk af te steunen.

Slim rijden met rolstoelen
Wanneer je taxibus een lift heeft, betekent dat helaas nog niet dat je lichaam beschermd is tegen overbelasting. Je moet natuurlijk nog steeds op een slimme manier de rolstoel duwen. Dat doe je wanneer je de zes Rolstoel RijRegels volgt en je jezelf ter voorbereiding onderstaande rolstoelvragen stelt. Er is sprake van fysieke overbelasting wanneer je de vijf RolstoelVragen hieronder niet allemaal met ‘ja’ kunt beantwoorden. Dit geldt niet als de benodigde duw- of trekkracht aantoonbaar lager is dan 20 kilo (200N). Zorg er ook voor dat de banden van rolstoelen hard zijn.

Vijf RolstoelVragen
Voordat je een klant in een rolstoel gaat duwen, moet je jezelf een paar vragen stellen:

  1. Heeft de rolstoel goede en soepel lopende wielen?
  2. Hebben de voorwielen een doorsnede van 12 cm of meer? Voor handbewogen buitenrolstoelen zijn de voorwielen meestal 14 á 19 cm. Kleinere wielen worden gebruikt voor specifieke doeleinden, zoals bij sport.
  3. Zijn er handvatten of goede duwplaatsen op de juiste (instelbare) hoogte? (De juiste hoogte is individueel bepaald, maar ligt voor duwen meestal tussen de 100 en 150 cm; voor trekken juist iets lager).
  4. Kun je overal over een gladde, harde en horizontale ondergrond rijden?
  5. Is de hele transportweg vrij van drempels?

Zes Rolstoel RijRegels 

  1. Maak gebruik van je lichaamsgewicht. Hang naar voren als je duwt en naar achteren als je trekt.
  2. Duw en draai nooit tegelijk; doe óf het een, óf het ander. Duwen is meestal beter dan trekken.
  3. Wanneer je wilt draaien, loop dan zelf om de rolstoel heen en neem deze in die beweging mee. De stoel zal dan soepel om zijn as draaien. Laat de rolstoel nooit om je heen draaien terwijl je kracht zet, je verwringt dan je rug. Probeer het maar eens met een vol winkelwagentje.
  4. Plaats één voet op het onderstel als dat mogelijk is, dat helpt bij het duwen. Als de wielen nog niet in de juiste richting staan, kan je ze op deze manier in de juiste rijrichting krijgen zonder dat je met je armen hoeft te sjorren.
  5. Beweeg rustig en gelijkmatig. Plotselinge bewegingen zijn slecht voor je lichaam en onplezierig voor de klant. Gebruik de 3-seconden-regel; neem altijd drie seconden de tijd om de rolstoel rustig in beweging te zetten. Dat is veel beter voor je lichaam.
  6. ‘Keep them rolling’: stop en start niet te vaak als je over langere afstanden moet duwen. Beweeg rustig en gelijkmatig.

Wij wensen je veel en verstandig rijplezier!